Herken je dit? Je staat in de gymzaal, omringd door 30 enthousiaste leerlingen, en je moet kunnen uitleggen wat ze precies leren in jouw lessen LO. Wanneer het aankomt op beoordelen, wil je eerlijk en objectief zijn. Maar hoe houd je daarbij rekening met de grote verschillen in niveau, inzet en ontwikkeling? We weten bovendien dat cijfers of beoordelingen soms het tegenovergestelde effect hebben: in plaats van te motiveren, kunnen ze juist zorgen voor a-motivatie. En dat wringt met het belangrijkste doel van ons vak: leerlingen voorbereiden op een leven lang bewegen.
Voor veel LO-docenten is dit een herkenbare uitdaging, een onderwerp dat binnen vakgroepen leidt tot eindeloze gesprekken en discussies. In deze tweedelige blog nemen we je mee in de ingewikkelde wereld van beoordelen binnen LO. In dit eerste deel onderzoeken we waarom het zo complex is en hoe je ermee om kunt gaan. In deel twee bieden we een praktische oplossing: werken met een digitaal portfolio. Met concrete praktijkvoorbeelden en een duidelijke aanpak helpen we je om deze uitdagende kwestie voor eens en altijd te tackelen.
Vanuit onze visie maken we graag gebruik van de term ‘bewegingsonderwijs’. Voor de leesbaarheid en voor de herkenbaarheid maken we gebruik van de afkorting LO. Als we het verder hebben over beoordelen bedoelen wij ook de term waarderen.
Dat goed beoordelen een uitdaging is, daar kan elke vakgroep LO over meepraten. Wanneer we een rondje langs de velden maken, zien en horen we dat elke vakgroep het nét weer iets anders aanpakt. De manier van beoordelen in de les LO leeft niet alleen binnen de vakgroep, maar ook daarbuiten. En dat is niet zonder reden. Want hoe beoordeel je eerlijk als:
Op 28 september 2020 publiceerde de NOS een artikel dat veel aandacht trok en reacties opriep van zowel huidige als voormalige leerlingen over de wijze van beoordelen in het vak LO.
Laten we beginnen bij het begin. Als LO-docent ben je verplicht om:
Maar hier komt het goede nieuws: je hebt veel vrijheid in hoe je beoordeelt. Een cijfer geven in de onderbouw? Niet verplicht. O/V/G systeem? Mag ook. Zolang je maar kunt verantwoorden hoe je de kwaliteit van je lessen en beoordelingen waarborgt.
De Wet op het Voortgezet Onderwijs1 stelt dat het onderwijs moet worden afgestemd op de voortgang van de leerlingen en dat scholen verplicht zijn om deze voortgang systematisch bij te houden. Voor de leerlingen geldt dat om het vak LO af te ronden, ze in de bovenbouw minimaal een ‘voldoende’ moeten staan om deel te mogen nemen aan het centraal examen2. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden van de leerling.
De kwaliteit van het beoordelen binnen LO in het voortgezet onderwijs blijkt vaak problematisch en kent verschillende uitdagingen. Deze grote uitdagingen zorgt zelfs voor pleiters om helemaal te stoppen met beoordelen3. Een van de meest voorkomende problemen is het gebrek aan eenduidigheid in de beoordelingscriteria4. Hierdoor kunnen leerlingen andere cijfers krijgen, afhankelijk van welke docent ze beoordeelt. Dit probleem is vooral nijpend wanneer het cijfer voor LO meetelt voor het overgangsrapport, wat invloed kan hebben op het blijven zitten van een leerling.
Een ander belangrijk onderdeel waar vaak niet aan wordt voldaan is dat de vakgroep LO een gedegen vakwerkplan heeft waarin heldere leerdoelen staan en duidelijke succescriteria zijn geformuleerd. Dit is de basis om daarna tot de juiste afstemming te komen van je onderwijs aanbod, oftewel Alignment5.
Uit gesprekken met collega's en onderzoek komt ook terug:
Er wordt actief onderzoek gedaan naar het beoordelen binnen het vak LO. Het lectoraat Move to Be6 van Fontys Sport en Bewegen speelt hierin een belangrijke rol en publiceert regelmatig relevante artikelen en onderzoeksresultaten. In 2013 bracht dit lectoraat als startschot van een reeks vervolgonderzoeken het rapport Een punt voor Gym7 uit. Dit rapport bracht belangrijke bevindingen aan het licht die inzicht gaven in de uitdagingen rondom goed beoordelen.
Op dit moment is het lectoraat gestart met een driejarig onderzoek naar de wijze waarop formatief handelen effectief ingezet kan worden in de les LO en wordt een project afgesloten rondom de gebruikerseisen van een goed digitaal portfolio8.
In de LO-lessen in het voortgezet onderwijs wordt voornamelijk beoordeeld op drie belangrijke gebieden:
De meeste docenten (87%) beoordelen vooral de motivatie en inzet van leerlingen, gevolgd door de voortgang in motorische vaardigheden (68%) en het niveau van motorische vaardigheid (63%)9.
Onderzoek toont aan dat veel LO-docenten het lastig vinden om duidelijke beoordelingscriteria te formuleren, vooral omdat fysieke ontwikkeling en sportieve vaardigheden moeilijk te standaardiseren zijn. Daarnaast speelt de subjectiviteit bij het beoordelen van inzet en motivatie een rol, wat kan leiden tot gevoelens van onrechtvaardigheid bij leerlingen, vooral wanneer de beoordeling invloed heeft op hun eindcijfer10.
Daarnaast vinden docenten het vaak uitdagend om consistent te blijven in hun beoordeling, vooral wanneer meerdere doelen tegelijkertijd worden nagestreefd, zoals motorische vaardigheden, samenwerking en plezier in bewegen. De balans tussen formatieve en summatieve beoordeling is ook een knelpunt: docenten willen feedback geven die de motivatie stimuleert, maar geven vaak nog beoordelingen die gebaseerd zijn op vaste normen, wat de motivatie van leerlingen kan ondermijnen11.
Het is daarbij erg belangrijk om te beseffen dat binnen LO de leerlingen niet worden geselecteerd op beweegniveau. Dit maakt dat de niveaus per definitie ver uit elkaar liggen, en docenten LO moeten om die reden flink differentiëren binnen hun beweegaanbod. Zo kan een leerling op topsportniveau bewegen, terwijl andere leerlingen motorisch minder vaardig zijn, bijvoorbeeld omdat ze nooit een gymleerkracht op de basisschool hebben gehad of niet zijn gestimuleerd door ouders of hun omgeving. Onderstaande afbeelding geeft een helder beeld van de situatie zoals we deze kennen in de les LO.
Een goede beoordeling binnen het vak Lichamelijke Opvoeding omvat een combinatie van formatief handelen12, betrokkenheid van leerlingen, differentiatie en transparantie. Door deze elementen te integreren, kunnen docenten effectievere feedback geven en een leeromgeving creëren waarin alle leerlingen de kans krijgen om zich te ontwikkelen.
In een mini-college van Lars Borghouts wordt duidelijk uiteengezet hoe je een beoordeling motiverender kan maken voor leerlingen.
Formatief handelen is het voortdurend begeleiden en bijsturen van leerlingen tijdens hun leerproces. Summatief handelen is het beoordelen van het eindniveau van de leerling, vaak gebeurt dit door het geven van een cijfer. Het verschil is dat formatief gericht is op leren, en summatief enkel een uitspraak over het behaalde niveau.
Om het leren te stimuleren, is inmiddels wel duidelijk dat formatief handelen een zeer effectieve strategie is, mogelijk zelfs de meest effectieve. Het is ook logisch dat het waardevol is voor leerlingen om formatieve vragen te beantwoorden, zoals: "Waar sta ik nu?", "Waar wil of moet ik naartoe?" en "Wat is daarvoor nodig?" De antwoorden op deze vragen bieden leerlingen inzicht in hun leerproces en sturen dat proces.
Het is noodzakelijk voor zowel docenten als onderwijsinstellingen om een kwalitatieve uitspraak te kunnen doen over het niveau van een leerling, om helder te maken waar die leerling staat in zijn leerproces. Daarom lijkt het verstandig om vooral formatief handelen in te zetten gedurende de periode en aan het einde van die periode te komen tot een summatief oordeel waarin de kwaliteit van het leren wordt besproken.
Bij het vormen van dat summatieve oordeel kan de leerling via zelfevaluatie de richting aangeven waarop de docent kan reageren en waar nodig bijstellen. Deze aanpak houdt de leerling in de lead over zijn eigen leerproces en helpt de docent om tot een zo objectief mogelijk oordeel te komen over de prestaties van de leerling, met inachtneming van de werkdruk voor de docent. De leerling heeft immers het meeste werk verzet, terwijl de docent alleen hoeft bij te sturen of door te vragen. Zo blijkt inmiddels ook al uit de huidige praktijkervaringen.
Als docent LO zie je wekelijks gemiddeld zo’n 100 tot 200 leerlingen. Het is onmogelijk om met alleen je eigen observatie iedere leerling goed te beoordelen op de verschillende aspecten van de gymles. Als je dit bovendien regelmatig doet, gaat er veel tijd en aandacht verloren die je anders had kunnen besteden aan lesgeven en coachen (feedback, feedup, feed forward). De oplossing ligt daarom niet in het zelf beoordelen van elke leerling tijdens de les, maar in het stimuleren van zelfbeoordeling. Uit de praktijk blijkt dat leerlingen goed in staat zijn kritisch naar zichzelf te kijken, mits ze duidelijke verwachtingen en richtlijnen hebben over hoe dit aan te pakken 13.
Het bevorderen van zelfstandig leren en zelfregulatie binnen de gymles ondersteunt niet alleen de ontwikkeling van zelfbeoordelingsvaardigheden bij leerlingen, maar vergroot ook hun motivatie. Leerlingen ervaren hierdoor meer autonomie, wat hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces versterkt 14.
Zoals je in deze blog hebt kunnen lezen is het duidelijk geworden dat er veel uitdagingen zijn om tot kwalitatief goed beoordelen te komen. Gelukkig weten we inmiddels ook steeds beter wat werkt en welke richting we op moeten denken. De grote vraag is uiteraard, hoe pas ik dit dan toe in mijn eigen onderwijs praktijk? Gelukkig hebben wij het antwoord voor je!
Maak gebruik van een goed digitaal portfolio!
✅ Nadruk op het leerproces
✅ Leerlingen kunnen zich ontwikkelen binnen de eigen mogelijkheden
✅ Leerlingen krijgen eigenaarschap over hun leerproces
✅ Inzicht in de ontwikkeling van jouw leerlingen
✅ Minder tijd kwijt bent aan losse beoordelingen
✅ Meer motivatie bij leerlingen ziet omdat ze hun eigen groei kunnen laten zien
✅ Objectiever beoordelen door de verzameling van bewijzen
Wil je meer weten hoe een digitaal portfolio in de les LO jou kan helpen? Lees dan deel 2 van deze tweeluik: Betekenisvol beoordelen met de Sportfolio App
Meer weten over dit onderwerp? Het lectoraat Move To Be van Fontys Sport en Bewegen presenteren hun nieuwe boek; Leren Evalueren bij Lichamelijke Opvoeding. Vanuit april/mei aangeboden via het JanLuitingfonds: https://www.janluitingfonds.nl/publicaties/